Voegen inwassen is de laatste stap na het voegen van tegels: je verwijdert het overtollige voegmiddel van het tegeloppervlak voordat het volledig uithardt. Dit doe je met een vochtige spons en wat geduld, zodat je tegels straks schoon en strak afgewerkt zijn zonder voegsluier.

Wat is voegen inwassen precies?

Na het inbrengen van voegspecie blijft er altijd een dun laagje voegmiddel op het tegeloppervlak achter. Dat laagje heet een voegsluier. Als je dat laat uitdrogen zonder het in te wassen, hecht het vast en is het een stuk moeilijker te verwijderen. Voegen inwassen betekent dat je dit overtollige materiaal wegwerkt terwijl het voegmiddel nog deels vers is, maar al wel stevig genoeg om niet uit de voeg te lopen.

Het juiste moment is belangrijk. Wacht te lang en de voegsluier is uitgehard. Begin je te vroeg, dan haal je de voeg zelf ook weg. De meeste voegmiddelen geven op de verpakking aan na hoeveel tijd je kunt beginnen met inwassen. Vaak is dat ergens tussen de 15 en 30 minuten na het voegen, afhankelijk van het merk, de temperatuur en de luchtvochtigheid.

Wat heb je nodig?

  • Een voegspons of zachte spons (geen schuurspons)
  • Een emmer met schoon, lauwwarm water
  • Een zachte doek of microvezeldoek
  • Eventueel een voegwisser of rubber trekker voor grote oppervlakken

Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen bij het inwassen. Schoon water is voldoende. Haal de spons regelmatig door het water en wring hem goed uit. Een te natte spons lost het voegmiddel op in plaats van het weg te vegen, en dan smeer je het alleen maar verder uit.

Stap voor stap voegen inwassen

Stap 1: Wacht het juiste moment af. Controleer of het voegmiddel in de voeg al iets is aangetrokken. Als je met je vinger licht op de voeg drukt en er komt geen materiaal meer mee, kun je beginnen. Als de voeg nog te zacht is, wacht dan nog een paar minuten.

Stap 2: Maak de spons vochtig. Dip de spons in de emmer schoon water en wring hem goed uit. De spons moet vochtig zijn, niet drijfnat.

Stap 3: Was de tegels in cirkelbewegingen. Veeg over het tegeloppervlak met rondgaande bewegingen. Zo pak je de voegsluier op zonder de voeg zelf schuin weg te vegen. Werk in kleine vlakken van ongeveer een halve vierkante meter tegelijk.

Stap 4: Spoel de spons steeds schoon. Zodra de spons grijs of vies wordt, spoel je hem af in de emmer en wring je hem opnieuw uit. Vervang het water regelmatig. Met vuil water maak je de tegels niet schoon, je verplaatst alleen het vuil.

Stap 5: Herhaal tot de tegels schoon zijn. Na een eerste ronde zie je vaak nog een lichte waas op de tegels. Ga nog een keer over de tegels met een bijna droge, schone spons. Die tweede ronde verwijdert de laatste restjes.

Stap 6: Poetsen met een droge doek. Als het voegmiddel volledig is uitgehard (lees de droogtijd op de verpakking), poets je de tegels na met een droge microvezeldoek. Dit verwijdert de allerlaatste voegsluier en geeft de tegels hun glans terug.

Veelgemaakte fouten bij het inwassen van voegen

De meest voorkomende fout is de spons te nat gebruiken. Het voegmiddel lost dan op en loopt terug de voeg in, of verspreidt zich als een dunne film over meer tegels. Wring de spons echt goed uit voor elk gebruik.

Een andere valkuil is te lang wachten. Als de voegsluier volledig is uitgehard, kom je er niet meer af met alleen water en een spons. Dan heb je een speciale voegsluierverwijderaar nodig, die je in bouwmarkten kunt kopen. Dat scheelt een hoop werk als je op tijd begint.

Let ook op glad- of glanzend geglazuurde tegels. Die zijn gevoelig voor krassen. Gebruik daarvoor altijd een zachte sponsdoek, nooit een ruwe of schurende spons.

Begin bij een klein proefvlakje als je twijfelt over het juiste moment of het gedrag van het voegmiddel. Zo zie je meteen of de voeg stevig genoeg is en of het inwassen het gewenste resultaat geeft, zonder dat je een heel oppervlak verknoeit.