De juiste afstand tussen schroeven bij gipsplaten is maximaal 25 cm langs de randen en de staanderprofielen. In het midden van de plaat, waar geen profiel zit maar wel een tussensteun aanwezig is, hanteer je eveneens een afstand van maximaal 25 cm. Houd je aan deze maten, dan zit de plaat stevig vast en voorkom je bobbels, scheuren of loskomende schroeven.

Schroefafstand langs de randen van een gipsplaat

Langs de lange en korte randen van een gipsplaat bevestig je de schroeven op een onderlinge afstand van maximaal 25 cm. Dit geldt voor elke rand die op een staanderprofiel of een randregel rust. Zet de schroef niet op de allerrand van de plaat, want dan bestaat de kans dat het gipskarton uitscheurt. Een afstand van ongeveer 1 tot 1,5 cm van de rand is de gangbare praktijk.

Bij de hoeken van de plaat zet je altijd een schroef, ook als de afstand daardoor iets kleiner uitvalt dan 25 cm. Zo blijft de hoek netjes aangedrukt en ontstaat er geen kier tussen plaat en profiel.

Gipsplaten schroeven afstand in het midden van de plaat

In het midden van een gipsplaat zit geen rand, maar als er een tussenliggende staander of dwarsregel loopt, gelden dezelfde regels: maximaal 25 cm tussen de schroeven. Loopt er geen profiel door het midden van de plaat, dan hoef je daar geen schroeven te zetten. Gipskarton heeft in dat geval voldoende steun aan de randen, mits de plaatbreedte de maximale overspanning niet overschrijdt.

Bij een standaard gipsplaatbreedte van 120 cm en staanders op een hartafstand van 60 cm komt er automatisch een profiel op de helft van de plaat. Op dat middelste profiel schroef je dan ook met maximaal 25 cm tussenafstand.

Praktisch voorbeeld: een wand van 2,60 meter hoog

Stel dat je een wand monteert met staanders op 60 cm hart op hart en gipsplaten van 260 cm hoog. Dan ziet de schroefverdeling er zo uit:

  • Bovenrand (op het bovenste randregel): schroef elke 25 cm, begin en einde van de plaat altijd een schroef.
  • Onderrand (op het onderste randregel): zelfde verdeling.
  • Tussenliggende staanders (om de 60 cm): schroef elke 25 cm over de volledige hoogte van de plaat.
  • Totaal per plaat van 120 x 260 cm: afhankelijk van de exacte verdeling reken je op ruwweg 30 tot 40 schroeven per plaat.

Dit is een richtlijn. Bij extra zware afwerking, zoals tegels op gipskarton, is een kleinere onderlinge afstand (rond de 15 à 20 cm) verstandiger om doorbuiging te voorkomen.

Veel gemaakte fouten bij de schroefafstand

Een veel voorkomende fout is te veel ruimte laten tussen de schroeven, soms oplopend tot 40 of 50 cm. Dit lijkt te werken, maar geeft bij temperatuurwisselingen of kleine trillingen kans op kreukels en scheuren in de afwerking. Een andere fout is de schroef te diep instellen, zodat hij door het papier heen trekt. De kop mag net iets verzonken zitten, maar het gips mag niet inscheuren.

Zet je schroeven te dicht op de rand (minder dan 1 cm), dan breekt het gipskarton uit bij het aandraaien. Dat verzwakt de bevestiging juist en vraagt om een extra schroef ernaast.

Welke schroeven gebruik je?

Voor standaard gipsplaten van 12,5 mm op een metalen profiel gebruik je drywall-schroeven van 25 mm lengte (ook aangeduid als TN-25). Voor dubbele beplating of dikkere platen pak je langere schroeven, zodat de schroef minimaal 10 mm in het profiel grijpt. Bij houten stijlen neem je iets langere houtschroeven (35 à 45 mm) met een fijnere spoed.

Hou je aan de afstand van maximaal 25 cm op alle profielen, gebruik de juiste schroeflengte en zet de kop net iets verzonken, dan zit een gipsplaat degelijk vast voor een vlakke en duurzame afwerking.