
Tussen een deur en het kozijn hoort een speling van ongeveer 2 tot 3 millimeter aan de zijkanten en bovenkant, en 5 tot 8 millimeter aan de onderkant. Die ruimte zorgt ervoor dat de deur soepel beweegt, ook als het hout iets uitzet door vocht of temperatuurwisselingen. Te weinig speling en de deur knelt; te veel speling en er ontstaan tocht, geluid en een slordige afwerking.
Standaard spelingmaten per zijde
De speling is niet aan alle kanten gelijk. Aan de scharnierzijde, de slotzijde en de bovenkant hou je dezelfde maat aan, maar de onderkant vraagt om meer ruimte. Een praktisch overzicht:
- Bovenkant: 2 tot 3 mm
- Scharnierzijde: 2 tot 3 mm
- Slotzijde: 2 tot 3 mm
- Onderkant boven vloer: 5 tot 8 mm (zonder drempel), of 3 tot 4 mm boven een drempel
De grotere ruimte aan de onderkant heeft een reden: de deur moet vrij kunnen draaien over de vloerbedekking. Heb je dikke vloerbedekking zoals tapijt, reken dan eerder op 8 mm of iets meer. Bij een kale betonvloer of dunne PVC-tegels is 5 mm vaak genoeg.
Hoeveel speling tussen deur en kozijn bij uitzetting?
Hout beweegt mee met de omgeving. In een vochtige winter kan een houten deur enkele millimeters dikker worden. Daarom is de aanbevolen speling van 2 tot 3 mm geen straf overbodige ruimte, maar een noodzakelijke buffer. Bij een binnendeur in een droge, verwarmde ruimte is het risico op sterke uitzetting kleiner dan bij een buitendeur die direct aan regen en kou blootstaat. Voor buitendeuren van massief hout kun je aan de brede kant van de marge zitten: liever 3 mm dan 2 mm.
Deuren van kunststof of aluminium zetten veel minder uit. Toch houd je ook daar dezelfde spelingmaten aan, vooral omdat het kozijn zelf (en de muur eromheen) nog altijd licht kan werken.
Wat als de speling te groot of te klein is?
Een speling van meer dan 4 mm aan de zijkanten valt op: je ziet licht langs de deur, de deur sluit minder goed af en tocht heeft vrij spel. Bij een binnendeur is dat vervelend voor geluid en privacy; bij een buitendeur ook voor energieverbruik. Te kleine speling (minder dan 1 mm) is het andere uiterste: de deur schuurt langs het kozijn, de verflaag slijt sneller en in vochtige periodes kan de deur helemaal klem komen te zitten.
Zit de speling net niet goed na het plaatsen? Dan is de oplossing aan welke kant het probleem zit. Een deur die aan de bovenkant knelt, kun je soms bijschaven. Zit er te veel ruimte, dan helpen tochtstrips of een aanpassing aan de scharnieren (bestaande scharnieren iets dieper of ondieper infrezen).
Controleren voor je de deur hangt
De makkelijkste manier om de juiste speling te garanderen: gebruik dunne spaanplaatstroken of kartonnen afstandhouders tijdens het plaatsen. Leg ze aan alle zijden neer voordat je de scharnieren vastzet. Twee lagen karton van gemiddelde dikte geven samen al snel 2 tot 3 mm, wat een handig hulpmiddel is als je geen specifieke afstandsblokjes bij de hand hebt.
Controleer ook of de deur in het kozijn recht hangt. Een scheef kozijn of een vloer die niet waterpas is, kan de speling aan de ene kant te groot en aan de andere kant te klein maken. Meet dat eerst na met een waterpas, voor je de deur definitief bevestigt.
Kort samengevat: houd 2 tot 3 mm aan de zijkanten en bovenkant, en 5 tot 8 mm aan de onderkant. Dat zijn de maten waarbinnen een deur goed functioneert, mooi oogt en lang meegaat zonder te knellen of te tochten.
