Tegels leggen doe je door de ondergrond voor te bereiden, de juiste lijm te gebruiken, de tegels in het juiste patroon te plaatsen en de voegen te vullen. Met de juiste aanpak en wat geduld is het een klus die je goed zelf kunt uitvoeren, ook zonder veel ervaring. Hieronder vind je een compleet stappenplan met praktische tips.

Wat heb je nodig voor het leggen van tegels?

Zorg dat je al het gereedschap en materiaal klaar hebt liggen voordat je begint. Niets is zo vervelend als halverwege stoppen omdat je iets vergeten bent.

  • Tegels (neem altijd 10% extra voor snijverlies en breuk)
  • Tegellijm (kies de juiste soort voor jouw ondergrond en tegeltype)
  • Tegelkruisjes of afstandhouders
  • Waterpas
  • Getande lijmkam (3 of 6 mm, afhankelijk van de tegeldikte)
  • Tegelsnijder of natte zaag
  • Rubber hamer
  • Voegmiddel en voegspaan
  • Spons en emmer water
  • Potlood en meetlint

Grote tegels (60×60 cm of groter) vergen een natte zaag. Een goedkope tegelsnijder is dan niet toereikend. Voor een gewone badkamer of keuken met formaten tot 30×60 cm volstaat een knipper of handsnijder vaak prima.

Stap voor stap tegels leggen

1. Bereid de ondergrond voor. De vloer of wand moet schoon, droog, vlak en stevig zijn. Losliggend materiaal, stof of vet zorgt ervoor dat de lijm niet goed hecht. Bij een betonvloer of cementdekvloer is een primer aanbrengen verstandig, zodat de lijm beter pakt. Controleer of de vloer waterpas ligt. Hoogteverschillen van meer dan 3 mm per meter moet je egaliseren met een zelfnivellerende egalisatielaag.

2. Bepaal het legpatroon en bereken je startpunt. Meet de ruimte op en bepaal het middelpunt van de vloer. Leg vanuit het midden naar de wanden, zodat de gesneden tegels aan de rand gelijkmatig verdeeld zijn. Leg de tegels droog neer om te controleren of het patroon klopt voordat je lijm gebruikt. Zo voorkom je verrassingen.

3. Breng de tegellijm aan. Gebruik een getande lijmkam om de lijm gelijkmatig te verspreiden. Werk in vlakken van maximaal 1 vierkante meter tegelijk, zodat de lijm niet uitdroogt voordat je de tegel plaatst. Bij grote tegels is het slim om ook de achterkant van de tegel in te strijken (de zogenaamde dubbele besmering). Dit voorkomt holle plekken onder de tegel.

4. Leg de tegels. Druk elke tegel stevig aan en tik hem met een rubber hamer vlak. Controleer regelmatig met een waterpas of de tegels gelijk liggen. Gebruik tegelkruisjes voor een gelijkmatige voegbreedte. Een standaard voegbreedte voor vloertegels is 3 tot 5 mm, voor wandtegels 2 tot 3 mm. Verwijder kruisjes voordat de lijm volledig is uitgehard.

5. Snij de randtegels op maat. Meet elke randtegel apart op, want wanden zijn zelden perfect recht. Markeer de snijlijn met een potlood en gebruik een tegelsnijder of natte zaag. Snijdt je een L-vorm? Dat gaat het makkelijkst met een natte zaag.

6. Laat de lijm uitharden. Wacht minimaal 24 uur voordat je de voegen aanbrengt. Betreed de vloer in deze periode niet, of gebruik een loopplank om het gewicht te spreiden. Lees altijd de droogtijd op de verpakking van je lijm, want dit verschilt per product.

7. Vul de voegen. Breng voegmiddel aan met een voegspaan en veeg het diagonaal over de tegels. Verwijder het overschot met een vochtige spons en was de tegels daarna goed schoon. Gebruik een kleur voegmiddel die past bij de tegel: een contrasterende kleur maakt onregelmatigheden zichtbaarder.

Veelgemaakte fouten bij het leggen van tegels

Een vlakke ondergrond onderschatten is de meest voorkomende fout. Holle plekken onder een tegel zorgen voor breuk, zeker bij vloertegels waar je op loopt. Een tweede valkuil is te snel beginnen zonder droge proeflegging. Daardoor ontdek je pas halverwege dat het patroon niet klopt of dat je aan één kant met een smalle strip eindigt van nog geen 5 cm. Dat ziet er onaf uit.

Werken met te weinig lijm is ook een veelgemaakte fout. Meer dan 80% van het tegeloppervlak moet bedekt zijn met lijm, anders lost de tegel los. Bij natte ruimtes zoals een douche of badkamer geldt 100% dekking als richtlijn.

Wanneer kun je beter een vakman inschakelen?

Tegels leggen is goed zelf te doen bij een relatief kleine, vlakke ruimte met een eenvoudig patroon. Maar bij een vloerverwarming (de tegellijm moet hiervoor speciaal geschikt zijn), een grote vloeroppervlakte, ingewikkelde patronen zoals visgraat of bij gevelproblemen is het verstandig een tegelzetter in te schakelen. Een fout in een tegelwerk herstellen kost meer tijd en geld dan een vakman van tevoren inhuren.

Ga je zelf aan de slag? Begin dan met een kleine ruimte zoals een toilet of bijkeuken om ervaring op te doen. Zo zie je wat er nodig is en bouw je het vertrouwen op voor een grotere klus. Met de juiste voorbereiding en een rustige aanpak is een strak tegelresultaat heel goed haalbaar.