
Wandtegels voegen doe je nadat de tegellijm volledig is uitgehard, doorgaans 24 uur na het plaatsen van de tegels. Je werkt voegmassa in de naden, strijkt het glad en wist het overtollige spul weg. Met de juiste aanpak is het een klus die de meeste doe-het-zelvers prima zelf aankunnen.
Wat heb je nodig voor het voegen van wandtegels?
Zorg dat je de volgende materialen bij de hand hebt voordat je begint:
- Voegmassa (kies de kleur die past bij je tegels)
- Voegspuit of voegspatel (rubber)
- Emmer met schoon water
- Spons of voegwisser
- Afplaktape (om tegelranden te beschermen als je precies wilt werken)
- Aanmaakemmer voor het mengen
Voegmassa is verkrijgbaar als poeder dat je zelf aanmengt met water, of als kant-en-klare pasta. Poeder mengen geeft meer controle over de dikte, maar de kant-en-klare variant scheelt tijd. Kies voor een vochtbestendige voegmortel als je in een badkamer of bij een aanrecht werkt.
Stap voor stap wandtegels voegen
Stap 1: Verwijder de tegelkruisjes. Trek alle afstandhouders uit de naden voordat je begint. Achterblijvende kruisjes geven bobbels in je voeg.
Stap 2: Meng de voegmassa. Volg de verhouding op de verpakking. De massa moet de dikte hebben van dikke yoghurt, niet te dun en niet te stijf. Laat het mengsel een paar minuten rusten en roer daarna nog een keer door.
Stap 3: Breng de voeg aan. Schep een flinke hoeveelheid voegmassa op de tegels en strijk het met de rubberen spatel diagonaal over de naden. Door diagonaal te werken (hoek van 45 graden ten opzichte van de naad) druk je de massa echt de naad in en voorkom je luchtzakken. Werk in vakken van ongeveer een halve vierkante meter.
Stap 4: Veeg het overtollige weg. Wacht zo’n 10 tot 15 minuten nadat je een vak hebt afgewerkt. Ga dan met een vochtige spons over de tegels in cirkelbewegingen. Spoel de spons regelmatig uit. Wacht niet te lang, want uitgedroogde voegmassa is lastig te verwijderen.
Stap 5: Poets de tegels na. Na het drogen (meestal na een uur of twee) verschijnt er een wazige waas op de tegels. Poets die weg met een droge doek of microvezeldoek. Het eindresultaat is een strakke, schone naad.
Silicone of voegmassa: wat gebruik je waar?
Op de hoeken en aansluitingen (zoals de overgang van muur naar bad of werkblad) gebruik je geen gewone voegmassa maar siliconenkit. Voegmassa kan op die plekken scheuren door kleine bewegingen in de constructie. Silicone is flexibel en waterafstotend, en daardoor de juiste keuze voor alle “natte” aansluitingen. Gebruik de voegmassa dus uitsluitend voor de naden tussen de tegels onderling.
Veelgemaakte fouten bij het voegen van wandtegels
Te vroeg beginnen is de meest gemaakte fout. Als de tegellijm nog niet volledig is uitgehard, kunnen tegels verschuiven tijdens het invoegen. Controleer de droogtijd op de verpakking van je lijm.
Een andere valkuil is te veel water gebruiken bij het afnemen. Een doorweekte spons verdunt de voeg en maakt de kleur ongelijkmatig. Wring de spons goed uit zodat hij alleen vochtig is.
Let ook op de voegbreedte. Wandtegels hebben doorgaans smallere naden dan vloertegels, van 1,5 tot 3 millimeter. Kies een voegmassa die geschikt is voor smalle naden, anders krimpt het materiaal te veel bij het drogen.
Zodra de voeg volledig droog is (reken op 24 uur), is de wand klaar voor gebruik. In een douche of rondom een bad is het verstandig om de voeg daarna nog te impregneren met een voegimpregneerder, zodat schimmel en verkleuring minder snel een kans krijgen.
