
Tegels in cement leggen betekent dat je de tegels bedt in een laag cementmortel in plaats van tegellijm. Dit is een bewezen methode die goed werkt voor vloertegels op een stabiele ondergrond, zeker bij grotere en zwaardere tegels. Je hebt er meer werk aan dan lijmen, maar de verbinding met de ondergrond is stevig en duurzaam.
Wanneer kies je voor cement in plaats van lijm?
Bij lichte wandtegels of kleine vloertegels kies je meestal voor tegellijm. Cement mortel is geschikter als je zware, grote tegels legt (zoals 60×60 cm of groter), als je werkt op een ruwe cementdekvloer, of als je hoogteverschillen in de ondergrond wilt opvangen. Cementmortel laat je iets corrigeren in hoogte, iets wat met lijm moeilijker gaat.
Kies je voor cement leggen buiten, zoals op een terras of oprit? Let er dan op dat je een vorstbestendige mortel gebruikt en tegels kiest die geschikt zijn voor buiten. Binnenshuis, op een vloerverwarming, is lijm bijna altijd de betere keuze omdat cementmortel te dik is en warmte minder goed doorlaat.
Materiaal en voorbereiding
Wat je nodig hebt voor tegels leggen in cement:
- Cementmortel (kant-en-klaar of zelf mengen: 1 deel cement op 3 delen zand)
- Een tegelknipper of natte zaag voor het snijden
- Een waterpas
- Een rubber hamer
- Trekkoord of waterpaslatjes voor de uitlijning
- Kruisjes voor de voegbreedte
- Voegmortel voor de afwerking
De ondergrond moet schoon, vlak en stofvrij zijn. Eventuele losse stukken hak je weg en gaten vul je op. Een droge betonvloer bevochtig je licht voor het leggen, zodat de mortel niet te snel uitdroogt en zijn hechtkracht behoudt.
De indeling bepalen voor je begint
Voordat je cement mengt, plan je de tegelindeling. Leg de tegels droog neer en bepaal waar je begint. Het is gebruikelijk om vanuit het midden van de ruimte te werken, zodat eventuele snijranden aan de wanden gelijkmatig zijn. Trek een draad of lijn over de vloer als richtlijn. Zo voorkom je dat je halverwege doorhebt dat de rijen scheeflopen.
Bereken of je aan de rand minstens een halve tegel overhoudt. Als dat niet zo is, verschuif je je startpunt iets. Dat scheelt veel geknoei achteraf.
Tegels in cement leggen: de stappen
Zo werk je stap voor stap:
- Stap 1. Meng de cementmortel tot een smeuïge pasta die je kunt verwerken zonder dat hij van de spaan glijdt.
- Stap 2. Breng een laag mortel aan op de vloer, ongeveer 3 tot 5 centimeter dik. Gebruik een getande spaan om een egaal bed te maken.
- Stap 3. Leg de tegel op het mortelbed en tik hem met de rubber hamer voorzichtig op zijn plek.
- Stap 4. Controleer met het waterpas of de tegel recht ligt. Tik bij waar nodig.
- Stap 5. Plaats kruisjes aan de randen voor een gelijke voeg. Gebruik een trekkoord langs de rij om de uitlijning te bewaken.
- Stap 6. Herhaal dit voor elke tegel. Verwijder overtollige mortel tussen de voegen direct, voor die uithardt.
Laat de mortel minimaal 24 tot 48 uur uitharden voor je verder werkt. Loop er niet over, anders verschuiven de tegels.
Voegen aanbrengen na het leggen
Als de mortel voldoende uitgehard is, verwijder je de kruisjes en breng je de voegmortel aan. Gebruik hiervoor een voegspatel en werk de voeg goed in de naden. Veeg het overschot weg met een vochtige spons voor het uithardt. Kies de kleur van de voegmortel op de tegel af: een contrasterende voeg laat oneffenheden in de legbaan duidelijker zien, een kleurpassende voeg geeft een rustig geheel.
Veelgemaakte fouten bij cement leggen
Een droge ondergrond zet de mortel te snel vast, waardoor de hechting tegenvalt. Bevochtig de betonvloer daarom altijd licht. Een andere veelgemaakte fout is te dik mortelbed aanbrengen, waardoor tegels gaan verzakken voor de mortel uithardt. Houd de laag egaal en niet dikker dan nodig. Tot slot: werken zonder lijn of draad als referentie maakt het bijna onmogelijk om een rechte rij te houden, zeker over langere afstanden.
Tegels leggen in cement is iets wat je met geduld en een goede voorbereiding zelf kunt doen. De sleutel zit in een vlakke ondergrond, een goed gemengde mortel en werken op een rechte lijn. Neem de tijd voor de indeling voor je begint, dan loopt de rest een stuk soepeler.
