
Televisie is al decennialang een vast onderdeel van het dagelijks leven. Wat ooit begon als een groot, zwaar apparaat in de hoek van de woonkamer, is uitgegroeid tot een dunne, slimme kijkervaring die je aan de muur hangt. De tv heeft veel veranderd, maar de aantrekkingskracht is nooit weggeweest. Integendeel: meer mensen dan ooit zitten ‘s avonds voor het scherm, al doen ze dat steeds vaker op hun eigen manier en op hun eigen tijdstip.
De geschiedenis van de tv in vogelvlucht
De eerste zwart-wittoestellen verschenen in Nederlandse huiskamers in de jaren vijftig. In 1951 begon de Nederlandse omroep met regelmatige uitzendingen, en al snel wilde bijna iedereen een toestel in huis. Het scherm was klein, het beeld was wazig en er was maar één kanaal, maar dat maakte voor kijkers weinig uit. Het was nieuw, en dat was genoeg. In de jaren zeventig kwam de kleurentelevisie, en vanaf dat moment ging de ontwikkeling steeds sneller. De afstandsbediening deed zijn intrede, daarna de videorecorder, en later de platte schermen die het zware kastmodel voorgoed verdrongen. Elk decennium bracht iets nieuws, en de kijker paste zich telkens aan.
Hoe moderne toestellen werken
Een hedendaagse flatscreen werkt heel anders dan de toestellen van vroeger. Moderne schermen gebruiken ledverlichting of oledtechnologie om een scherp en helder beeld te maken. Bij oled licht elke pixel zichzelf op, waardoor zwart echt zwart is en de kleuren veel dieper zijn. Veel nieuwe modellen zijn ook zogenaamde smart-tv’s: ze zijn verbonden met het internet en bevatten apps waarmee je streamingdiensten als Netflix, Videoland of Disney+ kunt bekijken. Je hebt dus geen aparte spelcomputer of mediaspeler meer nodig. De resolutie is ook enorm toegenomen. Waar vroeger hd al indrukwekkend was, is 4K nu de standaard in de meeste woonkamers, en 8K staat al op de stoep.
Kijkgedrag verandert, maar het scherm blijft centraal
Nederlanders kijken gemiddeld zo’n twee tot drie uur per dag naar beeldschermen voor ontspanning, en een groot deel van die tijd gaat naar de tv in de woonkamer. Toch is er veel veranderd in de manier waarop mensen content consumeren. Lineair kijken, waarbij je gewoon afstemmt op een zender en kijkt wat er op dat moment uitkomt, is minder populair geworden onder jongeren. Zij kiezen liever zelf wat ze zien en wanneer ze het zien. Toch verdwijnt de klassieke omroep niet zomaar. Nieuws, sport en grote televisieprogramma’s zoals talkshows en realityshows trekken nog altijd veel kijkers op hetzelfde moment. Er is iets aan het samen kijken, het praten erover op het werk de volgende ochtend, dat streaming nog niet helemaal kan vervangen.
Waar je op kunt letten bij het kiezen van een nieuw toestel
Wie een nieuwe tv wil kopen, staat voor een flinke keuze. De schermgrootte is een logisch startpunt: voor een kleine slaapkamer volstaat een toestel van veertig tot vijftig inch, terwijl een grote woonkamer vraagt om een scherm van minimaal vijfenvijftig inch voor een prettige kijkervaring. Daarna is het beeldtechnologie die het verschil maakt. Een oledscherm geeft betere contrasten, maar een goede qled of miniled kan ook heel mooi zijn voor een lagere prijs. Let ook op het aantal hdmi-aansluitingen, want wie een spelcomputer, soundbar en mediaspeler wil aansluiten, heeft er snel drie of vier nodig. Ten slotte is het besturingssysteem van belang. Google TV, Tizen van Samsung en webOS van LG zijn populaire systemen, elk met hun eigen voor en nadelen. Een korte test in de winkel of een blik op onafhankelijke vergelijkingssites helpt je snel verder.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen oled en qled?
Oled en qled zijn twee verschillende beeldtechnologieën. Bij een oledscherm licht elke pixel zichzelf op, wat zorgt voor diep zwart en veel contrast. Bij qled wordt ledverlichting versterkt met een laag kwantumpunten, wat zorgt voor heldere kleuren en een hoog maximale helderheid. Oled scoort beter in donkere kamers, qled presteert vaak beter in lichte ruimtes.
Hoe groot moet mijn tv zijn voor de woonkamer?
De juiste schermgrootte hangt af van de afstand tussen de bank en het scherm. Een vuistregel is dat je de kijkafstand in centimeters deelt door twee om de aanbevolen schermdiagonaal in centimeter te berekenen. Zit je dus drie meter van het scherm, dan is een scherm van ongeveer vijfenvijftig inch prettig.
Kan ik ook zonder internet een smart-tv gebruiken?
Een smart-tv zonder internetverbinding werkt nog steeds als gewone tv. Je kunt dan gewoon kijken via de antenne, kabel of satelliet. Alleen de apps en streamingdiensten werken niet zonder internet, omdat die afhankelijk zijn van een verbinding om content op te halen.
Wat is het verschil tussen 4K en Full HD?
4K heeft vier keer zoveel beeldpunten als Full HD. Dat betekent een scherper en gedetailleerder beeld, zeker op grote schermen en bij korte kijkafstand. Op een klein scherm of van grote afstand is het verschil minder zichtbaar. Steeds meer streamingdiensten en uitzendingen bieden tegenwoordig content aan in 4K.
